Moeder van de kunstenaar in een boereninterieur
| Prijs: Op aanvraag |
| Schilder: Peter Marinus Dillen |
| Afmetingen: 34 x 44 cm, werk is in goede staat |
| Signatuur: rechtsonder |
| Techniek: Olieverf op doek |
Beschrijving
Rembrandts schilderijen van zijn moeder, vrouw en kind stralen alleen dankzij geloofskracht. Ook later in de kunstgeschiedenis, bij onze Brabantse schilders van rond 1900 bleef geloof, met het leven en werk van Vincent van Gogh als fakkel, dé grote inspiratiebron. Dorpsgezichten, landschappen, interieurs, stil of uitbundig, ze getuigen er allemaal van.
De liefde van het kind voor zijn moeder
Voor Marinus Dillen is dat niet anders. Bijzonder is het grote, klassieke onderwerp van zijn kunst, dat is de liefdevolle band met zijn moeder.
De liefde tussen moeder en kind
Vaak wijzen ouders de roeping van hun kind voor de schilderkunst af. Toen, misschien nog meer dan nu. Anders dan zijn vader, deed Dillen’s moeder dat niet. Ze wakkerde het vuur van zijn talent juist aan.1 Haar handreiking was het begin van haar levenslange koestering in zijn kunst. Zijn moeder was hét levende thema van zijn schilderkunst, tekenkunst en grafiek. Dat zal hun band in de loop van de tijd verder verdiept en versterkt hebben. Keer op keer keert zijn moeder terug in zijn werk.
De liefde van de schilder voor zijn moeder
De liefde van moeder en kind is in de traditie van de schilderkunst op vele manieren een klassiek motief. De moeder, die haar baby dicht bij haar hart koestert en beschermt. Of de moeder, aanwezig en wakend bij haar baby in de wieg. Maar daarmee stopt het thema niet. Zie hoe ook omgekeerd, de kunstenaar als tijdloos kind van zijn moeder, van heel nabij haar beeld koestert. Dillen houdt haar levenslang liefdevol vast, beschermt en vergroot haar in zijn kunstwerken. Dat is heel duidelijk te zien in dit versleutelde semi-portret.
Religieuze sleutels
Alleen een religieuze sleutel kan de deuren van deze twee boerenkamers openen. Dat is geen lichtzinnige of vrijblijvende opmerking. Het werk zelf geeft daarvoor meerdere, directe en indirecte aanwijzingen. Dat zijn de koperen blaasbalg, en verder de trap, de bedstee en het daar ter plaatse invallende licht. En natuurlijk -eerst en vooral- zijn moeder.
Dillen’s moeder
Dillen toont zijn moeder in haar eigen omgeving en dagelijkse arbeid. Daarin verschijnt ze luxueus, kleurrijk, teder en weelderig gevormd. De arbeid is een met haar zoon gemeenschappelijk motief. Dillen verweeft haar aanwezigheid immers creatief in zijn kunstwerk. Hoe mooi zal hun gedeelde ervaring bij het zien van dit, of van andere, portretten zijn geweest!
De blaasbalg
De tweede sleutel is het zinnebeeld van de koperen, krachtig glimmende, blaasbalg aan de muur. Die levert een duidelijk argument voor de religieuze zin, die Dillen in dit werk aan de band met zijn moeder geeft. Op dit ambachtelijk stuk handwerk staan immers de tekens te lezen: IHS. (Zie productgalerij) Dat is een historisch christelijk monogram, symbool van de naam van Jezus. De letters IHS zijn afgeleid van de eerste drie letters van de Griekse naam van Jezus, ΙΗΣΟΥΣ (Iesous). De blaasbalg is het tweede kunstwerk in dit schilderij, het verheven teken van het vuur van de liefde, ook flakkerend in de arbeid. Niet voor niets werkt Dillen’s moeder net onder dat teken en vertrekken van daaruit verticale lijnen naar boven langs de deurpost bij de trap.
De trap
Trappen zijn een vertrouwd religieus motief. Ze keren in bij de Brabantse expressionistische kunstenaars veelvuldig terug.2 Net als de blaasbalg, is de trap bedoeld om die diepte van de religieuze relatie aan te duiden. In dit werk volgt de band tussen moeder en kind de weg van die trap, het zinnebeeld van de verbinding tussen hemel en aarde. De toegangsweg naar het Heilige.
De bedstee en de opkamer
Zo leidt dé trap van binnenuit naar de bedstee in de opkamer. Van buitenaf volgt het invallend licht hetzelfde spoor. De bedstee is de heilige ruimte waar liefde intiem gekoesterd wordt. Liefde, dé betekenisvolle sleutel tot dit werk. In die bedstee is de schilder uit liefde geboren. De met gordijnen omzoomde en intens belichte bedstee is, door de zege die erop rust, de wieg én de weg naar hun gemeenschappelijk geluk. De schoonheid van dit kunstwerk is de zin van het geschenk dat moeder en zoon elkaar geven.
Slot
In dit kunstwerk vallen alle motieven van Dillen’s grote onderwerp tijdloos samen. Ze wakkeren in schoonheid het hemels vuur van de liefde aan. De liefde voor de arbeid, zichtbaar en verzegeld in de persoon van zijn werkende moeder en haar schilderende zoon. En de gezegende bedstee, het liefdesbed. Moeder en schilder zijn daardoor voorgoed samen. Net als wij met hen, die omzien naar dit kunstwerk, en het in onze blik of handen houden.
Productgalerij
Enkele andere kunstwerken van zijn moeder. Zie verder ook het werk uit mijn collectie: ‘Moeder van de schilder met rode omslagdoek’.
Noten
1. Zie Peter Marinus Dillen, Gemeente Museum Helmond, 1980, p. 13.
2. Zie de veelvuldig verschijnende trappen in het werk van Antoon Kruysen en Peter van den Braken.
Biografie
Marinus Dillen, zoals Peter Martinus werd genoemd, was een Brabantse tekenaar, schilder en graficus. Hij werd geboren in Mierlo. Als boerenzoon was het niet meer dan gebruikelijk dat hij op de boerderij ging werken, maar daarnaast volgde hij tekenlessen aan de Helmondse tekenschool. In 1906 werd hij door Pieter Fentener van Vlissingen gevraagd om op zijn katoendrukkerij (het latere Vlisco) te komen werken. Omdat Dillen af en toe kleine figuratieve schilderijtjes meenam naar de tekenkamer om aan zijn collega’s te laten zien, bleef ook zijn schilderstalent niet onopgemerkt. Zijn baas stimuleerde hem met schilderen door te gaan en soms zelfs onder werktijd!
Al spoedig kwam Dillen in contact met prominente figuren uit de Amsterdamse kunstwereld. De beroemde kunsthandel E.J. van Wisselingh, destijds onder leiding van P.C. Eilers, besloot in 1914 om zelfs een heuse solotentoonstelling aan het werk van de jonge Brabantse kunstenaar te wijden. Antoon der Kinderen, directeur van de Rijksacademie te Amsterdam, stelde hem voor om toelating aan de Academie te doen om zich verder in de schilderkunst te bekwamen. Daar kwam hij in 1916 in de klas van professor Nicolaas van der Waay en wijdde hij zich vervolgens aan de verplichte academische onderwerpen. Ook dat ging hem zo goed af dat Dillen al in zijn eerste jaar werd beloond met de Cohen Gosschalk prijs voor de meest veelbelovende schilder. Aan de prijs was een geldbedrag verbonden van 100 gulden, een destijds enorm bedrag.
Na zijn studie in 1920 keerde hij terug naar Mierlo. Hij was goed bevriend met de schilder Jan Heesters en daarnaast had hij contact met Marinus Bies. Ook was hij bevriend met Jan Kruysen. Met andere kunstenaars had Dillen niet veel contact. Terug in het Brabantse land wijdde hij zich opnieuw aan het landschap en teken van portret en figuurstukken in een ontluikende expressionistische stijl. Hiervoor was na de dood van Vincent van Gogh in 1890 overigens meer belangstelling gekomen. Zijn werken verkochten goed en hij kon er prima van leven. Maar Dillen leefde sober en had niet veel nodig. In 1922 ruilde hij twee schilderijen voor een auto. Dat was de eerste personenauto die er in Helmond heeft gereden. Hij heeft die auto omgebouwd tot woonwagen en in de volgende jaren heeft hij daarmee door Nederland, België en Frankrijk gereisd.
In 1933 trad hij in het huwelijk met de Duitse Marianne Rolffs, dochter van architect Julius Rolffs die Dillen bij de drukkerij van Fentener van Vlissingen had leren kennen. En een drietal jaren later vestigde het echtpaar zich permanent in het Duitse Rosenheim. Het atelier in zijn geboortedorp Mierlo heeft Dillen altijd omwille van het werk aan zijn kunst behouden. De Tweede Wereldoorlog bracht hij op het relatief rustige Brabantse platteland door. In 1948 ging hij weer naar Duitsland terug. Daar had hij inmiddels ook naam als kunstenaar had gemaakt. In 1953 werd in Rosenberg een grote tentoonstelling van zijn werk gehouden.
Ter gelegenheid van de 90e verjaardag van de schilder, werd in augustus 1980 nog een grote overzichtstentoonstelling georganiseerd door het Gemeentemuseum Helmond en de Städtische Galerie Rosenheim samen.
.







