Stilleven met zonnebloemen
| Collectie |
| Schilder: Henriëtte Pessers |
| Afmetingen: 98 x 113 cm, exclusief lijst |
| Signatuur: linksonder, met HPessers |
| Techniek: Olieverf op doek |
Beschrijving
Toen ik dit grote werk van Henriette Pessers zag viel me een herinnering in. Als klein kind bracht ik jaarlijks mijn vakanties door bij mijn familie in Oost Brabant, die in een boerderij woonde. Die had een zgn. ‘toonkamer’. Dat is een woonkamer, die alleen bij speciale gelegenheden werd gebruikt. Mooi ingericht, speciaal bedoeld voor gebruik op de heilige zondag. Boeren en hun zondagskinderen rustten daar uit. Ze gebruikten de kamer ook voor het ontvangen van familie, het tonen van hun weelde en het bewaren van het mooiste en liefste wat men had. Een speciale kamer dus, die voor de rusteloos arbeidende en peinzende boeren de natuurlijke voorbode van Gods huis was.
Geliefde beelden
Die plotseling opduikende herinnering bij het zien van dit werk verbaasde me. Metaforen zijn belangrijk voor voelen en denken. Herinneringen kleden zich vaak om en raken gehecht aan andere, evenzeer geliefde beelden.
Levende voorstelling, alles net echt
Een schilderij kan een levende ‘voorstelling’ vol met actie zijn, zoals Turners ‘Brandend parlementsgebouw’ of Rembrandts ‘Nachtwacht’. Of een briljante gestileerde structuur, die waardevol is los van het voorgestelde, zoals bij Cézanne. Maar ook stillevens geven graag levende voorstellingen. Zoals het spel met opzichtig pronkende bloemen, bijen en vliegen van Jan Davidsz. de Heem. In zijn luidruchtig stillevens zoemen die dieren heen en weer tussen bloemen, brood, vlees en kaas. Kleine insecten zorgen voor veel spektakel. Ze kringelen rond, lopen te hoop, en nemen elkaar af en toe te grazen. Samen spatten ze bijna van het doek af, zo serieus nemen ze elkaar. Alles realistisch. Alles net echt.
Een toonkamer vol met zondagskinderen
Henriette Pessers geeft geen theatrale voorstelling op het doek. Bij haar heerst mysterieuze stilte en tijdloosheid. Haar wereld toont gelijkenis met de eenvoudige ‘toonkamer’ van toen. In die oude traditie, stelt ze haar kamer open voor gelukkige, liefdevolle beschouwing. Ze brengt bloemen, kleingoed, en kijkers samen. Ze overtuigt de kunstliefhebber een ander ‘standpunt’ in te nemen. Om met diens geestesoog, het orgaan van de stilte, de stap van ‘buiten’ het doek naar ‘binnen’ te wagen. Ze vraagt wat de op korte, heftige sensaties beluste kijker voor onmogelijk houdt. De ruimte van het schilderij te betreden om direct aan tafel aan te schuiven bij haar geliefde, schilderachtige bloemen .
Van buiten naar binnen
Die stap is minder groot dan gedacht. Bloemen zijn immers gastvrij en boeren op zondag eenvoudig. Beiden zijn niet aan het werk, en voeren ook geen show op. Voor de kan, de kom, het bord, de pot en de tafel is het niet anders. Die zijn van nature ook dienstbaar en uitnodigend. Pessers spirituele benadering van schoonheid is niet bestemd voor passanten of pottenkijkers.
De gevolgen van haar wonderlijke benadering zijn groot. Mensen, aards en van nature belust op spektakel, discrimineren tussen leven en dood, oud en jong, dichtbij en veraf, tijd en ruimte, zwart en wit. Pessers laat al die toevallige verschillen wegvallen. Dat is de diepere zin van haar wonderlijk stilleven.
Tijdloze schoonheid van binnenuit
Zie de zondagse zonnebloemen in dit werk. ‘Dood’ en ‘levend’, broederlijk en zusterlijk naast elkaar. Purper en oranje, de een niet minder stralend dan de ander. Op dit stille toneel gaat een kolossale, stervende zonnebloem, gepositioneerd in het hart van het doek, alle andere voor. Maar allemaal stralen ze in tijdloze schoonheid van binnenuit.
Tijdloosheid heerst door strak gelinieerde, ronde vormen. Pessers formeert alle bloemen en fruit samen in een ronde vorm. Ook elke afzonderlijke bloemkroon is volmaakt cirkelvormig. Net als trouwens hun dappere kleine helpers, de kan, het schoteltje, de pot en de kom. Rond, zonder vast begin of eindpunt stralen ze in volmaakte tijdloosheid. Draaiend, als de zon, de sterren en de maan. Het ontbreken van schaduw in dit werk overtuigt vanuit die invalshoek niet minder. Licht dat van binnen komt gunt bloemen hun volheid en volledigheid. Dan nog de contrastrijke achtergrond van deze schilderachtige toonkamer, gehuld in zacht, gebroken wit. De achtergrond van dit werk fungeert als imaginaire hemelse ruimte. Het is de levende belofte aan alle bloemen, hun kleingoed en de kunstminaars die daar aanschuiven, dat als de tijd rijp is ook de stille schoonheid van dit schilderij voor iets nog gelukzaligers verbroken zal worden.
Slot
Pessers kunst tart de verbeelding. Ze componeert haar bloemstilleven fijnzinnig en consequent tot in details. De kijker, eenmaal dankzij diens geestesoog aangeschoven in die stil levende wereld, ondergaat het onvoorstelbare en komt samen met de mystieke bloemen opnieuw tot leven. In die spirituele enclave, voorbode van Gods huis, heft Henriette Pessers vanzelfsprekend geachte grenzen op tussen tijd en ruimte, binnen en buiten, leven en dood, zwart en wit.
Biografie
Henriëtte Pessers (1899 – 1986) was de dochter van een bemiddelde textielfabrikant. Zij hoefde voor haar levensonderhoud niet te schilderen en te exposeren. Dat is maar goed ook, want de kunstwereld werd gedomineerd door mannen. Haar opleiding volgde zij aan de R.K.-Leergangen in Tilburg bij de schilder Albert Verschuuren, een leerling van P.J.H. Cuijpers en Antoon Derkinderen. Bij hem leerde ze de eerste beginselen van het vak. Na Tilburg werkte zij korte tijd bij de uit Antwerpen afkomstige schilder Gerard Jacobs in Vlissingen, bij wie zij zich oefende in landschappen en zeegezichten, in een heldere, post-impressionistische trant. Op 25-jarige leeftijd trok Henriëtte Pessers naar Brussel. Toen ongebruikelijk voor een jonge vrouw. Zij zou er tot 1939 blijven. Ze kreeg, op grond van getoond werk, toegang tot de kunstacademie.
Na haar academietijd werkte zij veel in haar atelier. Haar eerste atelier bevond zich in de Brusselse binnenstad en was sober, zoals ook haar schilderijen. Later vond zij een ruimere en lichtere behuizing aan de rand van de stad in Schaarbeek. Naar eigen zeggen, is de sfeer van beide ruimten sterk bepalend geweest voor het karakter van de schilderijen die er ontstonden. In Brussel onderging zij de invloed van het Vlaams Expressionisme en de school van Sint Martens Latem. Hier speelden kunstenaars als Constant Permeke, Valerius de Saedeleer, Gustave de Smet etc. voor haar een belangrijke rol.
In 1939 keerde zij terug naar Nederland, trouwde en vestigde zich in Heeze. Daar zette ze haar artistieke loopbaan verder.




