Onder een half bewolkte en helder blauwe hemel dompelt Frans Slager de stompe kerktoren en het dorp Beesd in één overheersende toon oranje onder. De dingen en hun contouren worden onder zijn penseel vaag, vloeiend en volumineus. De kerktoren en het dorp vergankelijk, vliedend en vluchtig. Heel iets anders dus dan in veel van zijn ander werk. Zijn raadselachtige benadering pijnigt de kijker en dwingt die tot interpretatie van dit werk. Die geeft dit kunstwerk niet zo maar prijs. Zijn stompe kerktoren is mysterieus. En het dorp zwijgt. Wel zien we op straat een boerin die zich in de richting van de fel verlichte kerkdeur begeeft.
Hoe dit werk te duiden?
Eerst dit. In de metafysische lichtzinnigheid van alledag zijn de wereld en de mensen direct kenbaar. Praktisch realisme en opportunisme voeren de boventoon. We zien en leven in een wereld -is het hardnekkig vooroordeel- die bestaat uit eenvoudig afgebakende, direct herkenbare relaties tussen mensen en dingen. Wat is het probleem? Waar maakt u zich zorgen over?
Maar zijn de wereld en de mens zo onschuldig en gemakkelijk te begrijpen? Klopt dit optimistische zelfbeeld? Nee. Mensen leven in voortdurende onzekerheid door angst voor onvrijheid, armoede, ongelijkheid, verraad, leugens, oorlog, diefstal, dwaling en bedrog, mishandeling, moord, uitbuiting, en al het andere geweld. En wat te denken van, en te doen met, de pijnlijke onwetendheid door de complexiteit en betwistbaarheid van de feiten, die de wetenschap blootlegt?
Verlatenheid en verlosbaarheid alom
Frans Slager thematiseert in dit schilderij de verlatenheid van de mens in een wereld, die deze voor een brandende, persoonlijke keuze plaatst. De stompe kerktoren is in die slangenkuil het enige baken. Naast de kerk staat een kronkelige paal, zinnebeeld van de dood zonder opstanding. Waarheid en gerechtigheid is er enkel en alleen door geloof aan Goddelijke genade. Die is na de Val van de mens en de redding door het Lam Gods onverminderd essentieel onderdeel van de verlossing.
Zie dan de enkele mens, de huizen, de wegen en de bomen, het gras, het zand en de stenen in dit kunstwerk. Frans Slager verbeeld die als fantastische fragmenten van een verwoestende, fel oranje lavastroom. De menselijke wereld en de natuur vielen ten prooi aan een nog steeds voortdurende, vernietigende brand. Onder aanvoering van de stompe kerktoren -waarin Gods Woord klinkt- houden die zich staande. Ze balanceren tussen hoop en wanhoop en zuchten diep naar verlossing.
Wat zal het zijn?
Vuur, met een mens, opgehangen aan de paal naast de kerk. Verstikt en tenietgaand in een eeuwig smeulende hel van as en rookwolken?
Of vuur, met een mens, die wordt aangewakkerd, gevoed en verlost door de zuivere ademtocht van de helderblauwe Hemel erboven?