Zelfportret met hoed
| Collectie |
| Schilder: Thijsen, Carolus Johannes |
| Afmetingen: 67 x 58, werk in redelijke staat, enige hitte schade en (lokaal) craquelé |
| Signatuur: linksboven |
| Techniek: Olieverf op doek |
Twee zelfportretten vergeleken
Dit unieke zelfportret van Thijsen staat een vergelijking toe met een zelfportret van Vincent van Gogh. Zie dat werk in de portretgalerij. Natuurlijk, de status van Vincent van Gogh in de kunstwereld is veel groter dan die van Thijsen. Maar aan de vergelijking van het expressionistisch karakter van hun zelfportretten doet dat niet af. Dat is gericht op het wezen en de waarde van elke unieke persoon. Beiden schilderen vanuit dezelfde geloofsachtergrond.
Het leeftijdsverschil tussen beide kunstenaars is 14 jaar. In hun Haagse tijd liepen ze op dezelfde paden. Ook in Brabant was de afstand niet groot. Of ze elkaar kenden, is mij niet bekend. De kern is hier: beiden schilderden ‘expressionistisch’ en tonen een krachtig engagement met ‘lot en lijden’ van de Brabantse boeren. Beide dringen via hun kunst door in ‘de ziel’ van hun armoede. En zeker, die benadering overheerst ook hun zelfportretten.
Bewondering en verwondering in zelfportretten
Eerst dit. Wie Thijsen als mens in feite was, bijv. ‘een leuke man’, of juist niet, is voor de portretkunst irrelevant. Ook is irrelevant hoe hij eruit zag. Lang of kort haar, met of zonder scheiding. In zijn schilderijen legt iedere kunstenaar zijn wezen bloot. Alleen dat doet er toe. Authentieke schilders verkeren in een levenslange staat van verwondering over de betekenis van hun bestaan. Het verklaart hun kunst en de bewondering van de kunstminnaar daarvoor.
Maar ook veel opdringerige nieuwsgierigheid
Niettemin blijft er veel platte nieuwsgierigheid over hoe Thijsen er ‘in het echt uit zag’. Die opdringerigheid krijgt legio kansen in zelfportretten. Toch zijn zijn zelfportretten om een heel andere reden intrigerend. Het zelfportret maakt een tot de verbeelding sprekende, ‘imaginaire ontmoeting’ met de kunstenaar mogelijk. Kunstenaar en kijker leven in verschillende tijden. Het zelfportret overbrugt de tijd tussen beiden. Levend in verschillende tijden komen ze over de brug van het tijdloze portret als twee personen tot elkaar. Zo wordt het portret een medium, een belangrijk creatief instrument voor gevoelsoverdracht.
Thijsen en Van Gogh, dezelfde gedrevenheid
De zelfportretten tonen dat Thijsen en Van Gogh op elkaar lijken. In hun kunst, maar ook in hun persoon zijn. We zien dezelfde vastberadenheid, de bijna pathologische, ‘scherpe’, ‘gedreven’ gelaatstrekken. Hun rode haarkleur kan daarbij opgeteld worden.
Hun blik in de verte
Die gedrevenheid van Thijssen geeft zijn zelfportret -net als dat van Van Gogh aan het zijne- de expressionistische explosieve lading en ontknoping. Die straalt in zijn felle blik. Thijsen laat die strak in één richting gaan. Hij kijkt van de kijker af, naar de verte. Elke opdringere nieuwsgierigheid, waarover hierboven werd gerept als valkuil bij de waardering van een zelfportret, is uitgesloten. Thijsen is niet uit op een directe ontmoeting met de kijker. Hij wendt zijn ogen provocerend van hem of haar af. … Bijna schreeuwend, zo hard en luid is zijn blik.
Een expressionistisch zelfportret met een gebaar
Waarom die dominante, excentrische, blikrichting? De schilder maakt in zijn zelfportret -is mijn hypothese- een beslissend, ‘expressionistisch’ gebaar over het lot van de menselijke ziel waar zijn kunst om draait. Net als Van Gogh in diens portret zegt hij: “Zie niet om naar mij. Maar … Richt je op wat er echt toe doet.” Het credo van de kunst is: “Zie naar de armen van geest.” (Mattteus 5:3) Want: “Onze blik zul je nooit ontmoeten. Dat hoeft ook niet. De belangrijkste profetie is uitgesproken en wat moest gebeuren is bevestigd.”
Productgalerij
Zelfportret van Vincent van Gogh, geschilderd tijdens zijn verblijf in Parijs (1886-1888)
Biografie
Carolus Johannes Thijsen (Rotterdam 1867 – Den Dolder 1917) was kunstenaar van beroep. Hij volgde zijn opleiding bij de Academie van Beeldende Kunsten te Rotterdam hoewel hij ook in Parijs en München gestudeerd heeft. Ook was hij docent van o.a. Georges Hogerwaard. Zijn onderwerpen waren veelal genrestukken, figuurstudies, portretten en historische onderwerpen. Qua tijdvak, benadering en onderwerpen staat hij dicht bij Van Gogh. Dat geldt met name voor zijn sociaal bewogen ‘Brabantse’ werken die hij in Heeze geschilderd heeft. Daarin schildert hij de groots gedragen armoede van de boeren. Hij verbleef langere tijd in Heeze en trad er ook in het huwelijk.




