Schaapsherder in Kempisch heidelandschap
| Prijs: Op aanvraag |
| Schilder: Joseph Gindra |
| Afmetingen: 65 x 45 cm, inclusief lijst, in goede staat |
| Signatuur: rechtsonder |
| Techniek: Olieverf op doek |
Elk schilderij is een levende werkelijkheid. Net zoals als een lied dat is. Het kunstwerk aller tijden, het Schriftverhaal, verduidelijkt dat volledig. Het credo is: de schilder is niet alleen. Het kunstwerk brengt kunstenaar en kijker tegelijkertijd samen. De kunstminnaar is dus geen zakenman, of erger nog, een voyeur. Schilder en kijker blazen elkaar in één diepe ademteug liefdevol leven in. Daarom zoekt en bemint de schilder de kijker niet minder dan zijn kunstwerk. Immers alleen zo kan het wonder van de levende voorstelling -over tijd en ruimte heen- steeds weer opnieuw gebeuren. De kunstenaar doet het voorwerk, verlangend dat de kijker zijn kunstwerk binnengaat. Schoorvoetend of niet, die zet daar zijn eerste stappen om er gaandeweg een echt levend kunstwerk van te maken.
Twee ingangen, smal en breed
Hoe pakt Gindra dat aan in dit ‘herderlijke kunstwerk’, met een herder en een kleine kudde Kempische heideschapen? Hij heeft iets groots in gedachten. Voor zijn kunstliefhebber creëert hij twee ingangen, een brede en een smalle. Daarbij horen twee tijd en ruimte perspectieven. De betrokkenheid van de kijker bij zijn kunstwerk gaat immers vóór alles.
Puzzelstukken van het Kempisch heidelandschap
Twee ingangen dus. Gindra zet de kijker op het spoor van de verte én hij komt haar of hem direct nabij. Zie de herder, die op de zandweg naar voren komt. Maar zie ook het heideven met het geboomte aan de rechterkant. Het ven stroomt in omgekeerde richting, naar de verte van de horizon. Gindra’s benadering bezorgt zijn werk een dubbele lading en ontlading. Het verteperspectief mondt uit in een korte onderbreking, een smalle poort, zo klein als een punt van een naald, die de kunstenaar plaatst op de horizonlijn. In omgekeerde richting staat de ontmoeting met de herder en zijn schapen op het moment van gebeuren. De herder staat stil. De voorzijde is wijd geopend.
De schilder bundelt zo, door die ontmoeting van de herder en de ander (aan gene zijde van het schilderij), de ‘krachten van dan en nu’. Alle puzzelstukken, al zijn klassieke ingrediënten van het klassieke Brabants Kempische heidelandschap, vallen door dat ruimtelijk gelijktijdig perspectief in elkaar. Krijgen daardoor betekenis. Ja, alles werkt mee om hun schoonheid gestalte te geven.
De komst van de herder en zijn schapen
De lieve schapen hebben door hun werk voor de herder de komst van de kunstminnaar voorbereid. De heide straalt als een zacht tapijt. De fascinerende dennenbomen juichen in schoonheid van hun herfstkleuren en vieren het feest van de ontmoeting. Het stuifduin aan de linker voorkant daalt daar zacht naar beneden af. Niet voor niets bereikt het kunstwerk aan de voorzijde zijn grootste kleurenrijkdom. En niet minder staat het spiegelende en stil stromende water van het heideven onder hetzelfde gezag.
Dan zingen de wolken luid. Ze bewegen zich in in beide richtingen en overspannen het bestaande in al hun hemelse grootsheid.
Biografie
Jozef Hubert Gindra werd geboren in 1862 in Jemeppe sur Meuse, vlakbij Luik. Hij overleed in 1938 in Bladel. Hij was dus een tijdgenoot van Vincent van Gogh. Zijn opleiding begon hij in 1897 te Elsene. Kort daarna werd hij toegelaten aan de Academie van Brussel, onder leiding van Jean Portaels. Gindra was goed bevriend met kunstschilder Victor de Buck. Die had op doorreis tussen Antwerpen en Eindhoven het kleine plaatsje Bladel ontdekt, gelegen in de Brabantse Kempen vlak over de Nederlandse grens. De Buck ging erheen om te fotograferen. Gindra was zo geïntrigeerd door het schilderachtige plaatsje dat hij er in omstreeks 1890 met zijn gezin ging wonen. Daar schilderde hij voornamelijk het boerenleven, geïnspireerd door Vincent van Gogh. Verder maakte hij ook enkele fraaie bloemstillevens.




