Hortensia’s
| Collectie |
| Schilder: Henriëtte Pessers |
| Afmetingen: 13 x 14 cm exclusief lijst, en 30 x 30 cm inclusief lijst |
| Signatuur: rechtsonder, met HPessers |
| Techniek: Olieverf op papier |
Beschrijving
Wonderlijk werk van Henriëtte Pessers uit de twintiger jaren van de vorige eeuw. Een mystiek, hermetisch afgesloten bloemstilleven. Verfijnde schoonheid, stil en in zichzelf gekeerd. Bloemen, symbool van kwetsbaar, liefdevol leven. Een benadering, ook herkenbaar in haar landschappen en werken met fruit. Geheimzinnige stilte is daar alomtegenwoordig.
Het spel van Hortensia’s
Hortensia’s, liefdevol gekoesterd in een wit roze wolk, fonkelend door zacht geel. Innig aan elkaar verknochte bloemen. In dit hemellichaam spelen ze samen een engelachtig spel. Onmiskenbaar bedoeld om tegelijkertijd de diepere, liefdevolle grond van paradijselijke schoonheid te verhullen, en al vast te onthullen.
Bloemen als sterren aan een nachtelijke hemel
Henriëtte Pessers schildert in dit werk bloemen als engelachtige sterren, fonkelend en spelend aan een nachtelijke hemel. Bloemen en sterren, evenzeer licht en lichtvoetig, als tijdloos ver weg. Maar ook sterren, tastbaar gehuld in een kwetsbaar, vergankelijk lichaam. De nachtelijke hemel van Henriëtte Pessers, waaraan de sterrenbloemen in dit werk te zien zijn, is een resonerende groene en diep blauwe achtergrond. Die hemel houdt hun schoonheid in stand, bezielt hen. De diepere laag is in dit werk stilzwijgend, bijna vanzelfsprekend, aanwezig. En toch, alleen dankzij die diepe stilte kunnen de bloemen, als een fascinerende Melkweg aan de nachtelijke hemel, opwellen en stralen.
Iconische bloemen, niet expressionistisch of romantisch geschilderd. Kleine sterretjes, zacht gehuld in en vervuld van, kleurrijk licht. Om hun mystiek te benaderen spreekt Henriette Pessers met verve haar eigen, symbolistische taal.
Productgalerij
Zeldzaam zelfportret van Henriëtte Pessers, gemaakt in dezelfde periode als dit bloemstilleven. Zie elders in de collectie.
Biografie
Henriëtte Pessers (1899 – 1986) was de dochter van een bemiddelde textielfabrikant. Zij hoefde voor haar levensonderhoud niet te schilderen en te exposeren. Dat is maar goed ook, want de kunstwereld werd gedomineerd door mannen. Haar opleiding volgde zij aan de R.K.-Ieergangen in Tilburg bij de schilder Albert Verschuuren, een leerling van P.J.H. Cuijpers en Antoon Derkinderen. Bij hem leerde ze de eerste beginselen van het vak. Na Tilburg werkte zij korte tijd bij de uit Antwerpen afkomstige schilder Gerard Jacobs in Vlissingen, bij wie zij zich oefende in landschappen en zeegezichten, in een heldere, post-impressionistische trant. Op 25-jarige leeftijd trok Henriëtte Pessers naar Brussel. Toen ongebruikelijk voor een jonge vrouw. Zij zou er tot 1939 blijven. Ze kreeg, op grond van getoond werk, toegang tot de kunstacademie.
Na haar academietijd werkte zij veel in haar atelier. Haar eerste atelier bevond zich in de Brusselse binnenstad en was sober, zoals ook haar schilderijen. Later vond zij een ruimere en lichtere behuizing aan de rand van de stad in Schaarbeek. Naar eigen zeggen, is de sfeer van beide ruimten sterk bepalend geweest voor het karakter van de schilderijen die er ontstonden. In Brussel onderging zij de invloed van het Vlaams Expressionisme en de school van Sint Martens Latem. Hier speelden kunstenaars als Constant Permeke, Valerius de Sadeleer, Gustave de Smet etc. voor haar een belangrijke rol.
In 1939 keerde zij terug naar Nederland, trouwde en vestigde zich in Heeze. Daar zette ze haar artistieke loopbaan verder.




