Gezicht op de Waal
| Prijs: Collectie |
| Schilder: Groenewegen, Adrianus Johannes |
| Afmetingen: 60 x 40 cm, inclusief lijst |
| Signatuur: linksonder |
| Techniek: Aquarel |
Beschrijving
De kunstenaars van de Haagse school schilderden grootse zee-, en polderlandschappen. Groenewegen is een van hun laatste vertegenwoordigers. Ook al heeft dit werk -dat bijna zeker de Waal bij Nijmegen is- een licht romantische toon, het sluit evengoed aan bij de grootse Nederlandse landschapstraditie.
Geloof en nederigheid, samen in één ruimte
Geloof, nederigheid en grote ruimtes vloeien vanzelf ineen. De zee roept door zijn onafzienbare oneindigheid het gevoel van transcendentie op. Ook dit immense polder-, en rivierlandschap doet dat. De menselijke passie om op te gaan in iets groots kan daar onbekommerd zijn gang gaan. Zie hoe losjes Groenewegen mensen en dieren aquarelleert als kleine, zwevende figuren. Die nederige erkenning van hun kleinheid verheft hen, doet hen zweven en leven want in de grote rivieren en polderruimte worden ze deel van een hemels geheel. Nederigheid en grootsheid zijn als elkaar trotserende complementaire kleuren. Voor Groenewegen zijn ze ook méér: hij lost hun dubbel sentiment op in waterverf. Verwarmt, kleurt en koestert ze in liefdevolle schoonheid. Aardse wezens, verenigt en verheven in tederheid en weerloosheid.
De stap van nederigheid naar liefde
De stap van nederigheid naar schoonheid dringt zich dus liefdevol op. Dat gevoel overvalt ook de wandelaar, die dagelijks onderweg is in het grote polderlandschap van de Waal. Die voelt zich ook klein én groot. Wie in het polderland van de Ooij en het rivierenland van de Maas en Waal bij Nijmegen loopt -en ik heb het honderden malen gedaan- raakt in de loop der jaren innig gehecht aan dit ‘spiegelend’ gevoel. Het levende landschap, dat klein maakt en, als bij donderslag, omhelst. Wat is dat anders dan de meeslepende ervaring van een bijna hemelse polderruimte? Of van de in alle jaargetijden en uren licht scheppende rivier?
“Want alles hebt Gij aan zijn voeten gelegd.” (Psalm 8:7)
Groenewegen schenkt de kijker naar dit werk het gevoel van ‘buiten zijn’. Of liever nog: van ‘buiten zichzelf zijn’. Hij maakt mensen, bomen, boten samenhorig. Dompelt hen lichtvoetig onder in zijn polder- en rivierenlandschap. Groenewegen aquarelleert oprecht de natuurlijke nietigheid van de mens, en het menselijke. Maar zie ook hoe hij tegelijkertijd zijn enorme rivier-, en polderruimte herschept. Hoe hij al het zichtbare in het water en de kleuren van zijn aquarel omdoopt in tedere bewogenheid. Kortom, Groenewegen toont in dit werk de solidariteit tussen ‘groot’ en ‘klein’. Hij toont hoe innig liefdevol die twee bijeen horen.
Biografie
Groenewegen studeerde aan de Academie voor Beeldende kunsten te Rotterdam. Daar bleef hij vervolgens wonen en werken tot 1898. Vervolgens ging hij naar Den Haag en van 1923 tot 1963 woonde en werkte hij in het Noord Brabantse Budel.
Groenewegen geldt als een van de laatste exponenten van de Haagse School. Vooral zijn vroege werken getuigen daarvan. Hij maakte werk in olieverf, maar bereikte een hoogtepunt in zijn technisch hoogstaande aquarellen. Niettemin is hij zowel in zijn aquarellen, olieverven als tekeningen een meester in het weergeven van koeien. Verder maakte hij ook karaktervolle portretten, stillevens, interieurs met boerenfiguren, stads-, en riviergezichten. Veel van zijn werken werden tijdens zijn leven geëxporteerd naar Engeland, Schotland, Canada en de VS. Een groot aantal ervan hebben, via veilingen, de weg weer terug naar Nederland gevonden. In Budel staat nog steeds het huis dat hij zelf heeft laten bouwen en is een straat naar hem vernoemd.





