Twee boerinnen in gesprek

Prijs: Op aanvraag
Schilder: Frans Oerder
Afmetingen: 65 x 55 cm, inclusief lijst, in goede staat
Signatuur: rechtsonder
Techniek: Aquarel


 

Meestal horen toneel en acteurs bij elkaar, zoals bewoners en huizen in het landschap. Of zoals dieren en planten bij het bos. Ze kleuren en vormen elkaar binnen een groter geheel. Is dat altijd zo? Niet per se, zo blijkt uit dit werk.  Zie de attributen in deze boerenwereld. Hoe sober, grof, bij elkaar gesleurd. De kruiwagen staat er vergeten bij. Geen hand reikt ernaar. De akker is deels geploegd, en oogt even somber en verlaten als de bomen verwilderd zijn, schots en scheef. Leegte alom dus in dit grimmige boerenlandschap. De twee boerinnen staan daar echter los van. Frans Oerder schept in zijn aquarel een door en door intermenselijke werkelijkheid. De boerinnen zijn intens en alleen op elkaar betrokken, diepgaand met elkaar in gesprek. Het contrast met de vervelende kruiwagen, de haveloze boerderijen en al het andere is groot.

De kunstenaar creëert centraal in het midden van zijn werk een aparte haven. Of liever, een eiland of oase, speciaal bestemd voor het gesprek van zijn twee boerinnen. De handen van Oerder gaan hun eigen weg. Hoe typisch voor zijn creatief talent, dat zich al doende spontaan terugvindt in het werk van zijn handen. Alleen zo kan hij het hart van de twee boerinnen raken. Misschien werd er hij er zelf door getroffen toen hij ze zag staan, plotseling levend tevoorschijn komend uit zijn penseel.

Twee boerinnen, hoe vast is hun houding, en toch zo vol van zelfbeweging. Alle details worden tot levende dragers van hun gevoelens, emoties en karakters, zó persoonlijk. De zachte vrouw in het blauw, voorovergebogen luisterend. Vol aandacht. Ze houdt haar handen, de eerste getuigen van haar passie, stevig op haar hart. Stralend door liefdevolle bezorgdheid en medeleven. En dan de boerin in het zwart. Rechtop, streng en strak afgetekend.

Heeft er zich een ernstig voorval voorgedaan? Of wordt de luisterende vrouw vermanend toegesproken? Wat is hier de tijding en bekommernis?

De kunst van Oerder biedt geen ruimte voor die vorm van nieuwsgierigheid. Wat er concreet gaande is; we zullen het nooit weten. Dat hoeft ook niet. Laat die twee verfijnd uitgetekende boerinnen daar staan, zo vol vaart en innig op elkaar betrokken. Koester het indringend beeld van hun gesprek. Wat telt en raak is, is hun wonderlijk persoonlijke band. Nee, die komt niet uit het niets. Ze is de vrucht van de kunde van de kunstenaar: schoonheid, langzaam gegroeid uit de zachte, menselijke moraal van zijn kunst. Jawel, de hand van Frans Oerder is even zacht als die, gedrukt op het hart van zijn liefdevol luisterende boerin.

 

Biografie 

Frans Oerder werd geboren in Rotterdam in 1867. Zijn vader Johannes Carolus Oerder wilde eigenlijk niet dat zijn zoon kunstschilder zou worden, maar stemde uiteindelijk in met een carrière als decoratieschilder. Zodoende studeerde Oerder van 1880 tot 1885 een aan de kunstacademie van Rotterdam en in 1889 aan de Academie van Brussel onder Ernest Blanc-Garin.

In navolging van zijn broer emigreerde Oerder in 1890 emigreerde naar Zuid-Afrika, waar hij een betrekking vond als huis- en decoratieschilder. Later trad hij in dienst van de Zuid-Afrikaansche Spoorweg Maatschappij, waar hij zich bezig met het witten van de palen langs de Delagoa Bay spoorweg. Op deze manier raakte hij vertrouwd met het landschap in Oost-Transvaal (de tegenwoordige provincie Mpumalanga). Omdat er in die tijd nauwelijks kunstenaars met een officiële kunstopleiding waren in Zuid-Afrika, werd hij in 1894 kunstleraar op een meisjesschool in Pretoria, waar hij tevens een atelier opende.

Bij het uitbreken van de Boerenoorlog in Zuid-Afrika in 1899 voegde Oerder zich bij de strijdkrachten van de Boeren en werd door president Paul Kruger aangesteld als officieel oorlogsschilder. Schetsen en schilderijen uit deze periode van zijn hand zijn te zien in het oorlogsmuseum in Bloemfontein, het Afrikana Museum in Johannesburg en in de kunstcollectie van de Universiteit van Pretoria. Na de Boerenoorlog kreeg hij vele opdrachten, onder andere voor een staatsieportret van generaal Louis Botha.

Vanwege de verslechterende economische omstandigheden in het door oorlog geteisterde gebied, besloot Oerder in 1908 terug te keren naar Nederland. Hij reisde echter via Italië, waar hij nog langere tijd heeft gewoond en gewerkt. Zo is bekend dat hij contact had met de in Rome woonachtige beeldhouwer Pier Pander (1884-1919), die in 1885 de Prix de Rome had gewonnen.

Eenmaal terug in zijn geboortestad Rotterdam, trouwde Oerder in 1910 met met Gerda Pitlo, een bloemenschilderes. Hierdoor breidde zijn interesse zich uit naar het schilderen van stillevens, met name bloemstudies. Vervolgens verhuisde hij met zijn vrouw naar Berlicum, vlakbij ‘s-Hertogenbosch, waar hij tot 1920 heeft gewoond. Daarna woonde en werkte Oerder in Utrecht tot 1923 en Amsterdam tot 1938. In 1938 keerde hij ten slotte terug naar Pretoria. Hij hield diverse tentoonstellingen en reisde veelvuldig door Zuid-Afrika.

Oerder schilderde in een impressionistische stijl en zijn werken kenmerken zich door een helder kleurgebruik. Vooral zijn stillevens zijn uiterst subtiel geschilderd. Verder maakte hij vele landschappen (met name van Transvaal), enkele stadsgezichten, portretten en dieren. Hij was lid van vele kunstenaarsverenigingen in Nederland: Arti et Amicitiae en St. Lucas in Amsterdam, Pulchri Studio in Den Haag, Kunstliefde in Utrecht en De Rotterdammers in Rotterdam. Op de tentoonstelling van Amsterdam in 1912 en Arnhem in 1913 won hij zilveren medailles.

Het werk van Frans Oerder is vertegenwoordigd in het Noord-Brabants Museum in ‘s-Hertogenbosch en diverse musea in Zuid-Afrika, waar hij een grote reputatie heeft. In 1985 is door de Zuid-Afrikaanse posterijen een speciale postzegelserie uitgegeven met daarop vier schilderijen door Frans Oerder. Hij overleed in 1944 in Pretoria (Zuid Afrika).